Na de bevrijding van het eiland door de Britse troepen namen de Britten aanspraak op het territorium, dat wegens de haven afzonderlijk aantrekkelijk was. Op vrijwillige basis werd Malta in 1814 lid van de Commonwealth en werd sindsdien onder Britse vlag bestuurd.
Ook vanuit militair standpunt was de ligging van het eiland niet te onderschatten en op deze wijze werd Malta een steunpunt voor handels- en militaire doeleinden. Het eiland werd tijdens de Tweede Wereldoorlog op grond daarvan ook het doelwit van Italiaanse en Duitse bombardementen, die op 11 juni 1940 begonnen. Op het eiland had men echter tijdig verdedigingsvoorbereidingen getroffen, waardoor veel bommenwerpers vanaf de grond neergehaald konden worden. Toch kwamen 330 Maltezer bij de aanvallen om het leven, 297 werden zwaar verwond.
Op 15 april 1942 werd het eiland het Georgs-kruis toegekend, de hoogste onderscheiding voor moed die aan burgers uitgereikt kan worden. Na de oorlog werd er op Malta een eigen regering geïnstalleerd, de onafhankelijkheid werd weliswaar nog lang niet ter discussie gesteld.
In december 1955 kwam Malta een aantal zetels in het parlement toe, zodat de belangen van het eiland behartigt konden worden. Uiteindelijk ontstond het idee dat Malta, met uitzondering op een beperkt aantal terreinen, zelfbesturend moest worden. In 1956 werd hierover afgestemd en een grote meerderheid stemde voor.
Omdat het referendum echter zowel door de katholieke kerken als door de Nationale Partij van Malta werd geboycot kon de nieuw uitgevaardigde wet niet als rechtsgeldig verklaard worden. De onderhandelingen liepen door totdat deze in 1958 tot een resultaat leidde, waarbij de gesprekken tot een eind kwamen en werd besloten dat het eiland verder vanuit Londen geregeerd zou blijven worden.
Veel op Malta doet aan de tijd van de Commonwealth denken - niet in het laatst de taal, die u gedurende een taalvakantie op Malta kunt leren.